Bad Advertisement?

News / Reviews:
  • World News
  • Movie Reviews
  • Book Search

    Are you a Christian?

    Online Store:
  • Visit Our eBay Store



  • DUTCH BIBLE - JOB 30

    PREVIOUS CHAPTER - NEXT CHAPTER - HELP

    30:1 Maar nu lachen over mij minderen dan ik van dagen, welker vaderen ik versmaad zou hebben, om bij de honden mijner kudde te stellen.

    30:2 Waartoe zou mij ook geweest zijn de krachten hunner handen? Zij was door ouderdom in hen vergaan.

    30:3 Die door gebrek en honger eenzaam waren, vliedende naar dorre plaatsen, in het donkere, woeste en verwoeste.

    30:4 Die ziltige kruiden plukten bij de struiken, en welker spijze was de wortel der jeneveren.

    30:5 Zij werden uit het midden uitgedreven; (men jouwde over hen, als over een dief),

    30:6 Opdat zij wonen zouden in de kloven der dalen, de holen des stofs en der steenrotsen.

    30:7 Zij schreeuwden tussen de struiken; onder de netelen vergaderden zij zich.

    30:8 Zij waren kinderen der dwazen, en kinderen van geen naam; zij waren geslagen uit den lande.

    30:9 Maar nu ben ik hun een snarenspel geworden, en ik ben hun tot een klapwoord.

    30:10 Zij hebben een gruwel aan mij, zij maken zich verre van mij, ja, zij onthouden het speeksel niet van mijn aangezicht.

    30:11 Want Hij heeft mijn zeel losgemaakt, en mij bedrukt; daarom hebben zij den breidel voor mijn aangezicht afgeworpen.

    30:12 Ter rechterhand staat de jeugd op, stoten mijn voeten uit, en banen tegen mij hun verderfelijke wegen.

    30:13 Zij breken mijn pad af, zij bevorderen mijn ellende; zij hebben geen helper van doen.

    30:14 Zij komen aan, als door een wijde breuk; onder de verwoesting rollen zij zich aan.

    30:15 Men is met verschrikkingen tegen mij gekeerd; elk een vervolgt als een wind mijn edele ziel, en mijn heil is als een wolk voorbijgegaan.

    30:16 Daarom stort zich nu mijn ziel in mij uit; de dagen des druks grijpen mij aan.

    30:17 Des nachts doorboort Hij mijn beenderen in mij, en mijn polsaderen rusten niet.

    30:18 Door de veelheid der kracht is mijn kleed veranderd; Hij omgordt mij als de kraag mijns roks.

    30:19 Hij heeft mij in het slijk geworpen, en ik ben gelijk geworden als stof en as.

    30:20 Ik schrei tot U, maar Gij antwoordt mij niet; ik sta, maar Gij acht niet op mij.

    30:21 Gij zijt veranderd in een wrede tegen mij; door de sterkte Uwer hand wederstaat Gij mij hatelijk.

    30:22 Gij heft mij op in den wind; Gij doet mij daarop rijden, en Gij versmelt mij het wezen.

    30:23 Want ik weet, dat Gij mij ter dood brengen zult, en tot het huis der samenkomst aller levenden.

    30:24 Maar Hij zal tot een aardhoop de hand niet uitsteken; is er bij henlieden geschrei in zijn verdrukking?

    30:25 Weende ik niet over hem, die harde dagen had? Was mijn ziel niet beangst over den nooddruftige?

    30:26 Nochtans toen ik het goede verwachtte, zo kwam het kwade; toen ik hoopte naar het licht, zo kwam de donkerheid.

    30:27 Mijn ingewand ziedt, en is niet stil; de dagen der verdrukking zijn mij voorgekomen.

    30:28 Ik ga zwart daarheen, niet van de zon; opstaande schreeuw ik in de gemeente.

    30:29 Ik ben den draken een broeder geworden, en een metgezel der jonge struisen.

    30:30 Mijn huid is zwart geworden over mij, en mijn gebeente is ontstoken van dorrigheid.

    30:31 Hierom is mijn harp tot een rouwklage geworden, en mijn orgel tot een stem der wenenden. Job 31

    GOTO NEXT CHAPTER - BIBLE INDEX & SEARCH

    God Rules.NET
    Search 100+ volumes of books at one time. Luther Bible Search Engine. Elberfelder Bible Search Engine. German SCH Bible Search Engine