Bad Advertisement?

News / Reviews:
  • World News
  • Movie Reviews
  • Book Search

    Are you a Christian?

    Online Store:
  • Visit Our eBay Store



  • DUTCH BIBLE - MATTHEW 9

    PREVIOUS CHAPTER - NEXT CHAPTER - HELP

    9:1 En in het schip gegaan zijnde, voer Hij over en kwam in Zijn stad. En ziet, zij brachten tot Hem een geraakte, op een bed liggende.

    9:2 En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon! wees welgemoed; uw zonden zijn u vergeven.

    9:3 En ziet, sommigen der Schriftgeleerden zeiden in zichzelven: Deze lastert God.

    9:4 En Jezus, ziende hun gedachten, zeide: Waarom overdenkt gij kwaad in uw harten?

    9:5 Want wat is lichter te zeggen: De zonden zijn u vergeven? of te zeggen: Sta op en wandel?

    9:6 Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonden te vergeven (toen zeide Hij tot den geraakte): Sta op, neem uw bedop, en ga heen naar uw huis.

    9:7 En hij opgestaan zijnde, ging heen naar zijn huis.

    9:8 De scharen nu dat ziende, hebben zich verwonderd, en God verheerlijkt, die zodanige macht den mensen gegeven had.

    9:9 En Jezus, van daar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Mattheus; en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.

    9:10 En het geschiedde, als Hij in het huis van Mattheus aanzat, ziet, vele tollenaars en zondaars kwamen en zaten mede aan, met Jezus en Zijn discipelen.

    9:11 En de Farizeen, dat ziende, zeiden tot Zijn discipelen: Waarom eet uw Meester met de tollenaren en de zondaren?

    9:12 Maar Jezus, zulks horende, zeide tot hen: Die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.

    9:13 Doch gaat heen en leert, wat het zij: Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars totbekering.

    9:14 Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem, zeggende: Waarom vasten wij en de Farizeen veel, en Uw discipelen vasten niet?

    9:15 En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van henzal weggenomen zijn, en dan zullen zij vasten.

    9:16 Ook zet niemand een lap ongevold laken op een oud kleed; want deszelfs aangezette lap scheurt af van het kleed, en er wordt een ergere scheur.

    9:17 Noch doet men nieuwen wijn in oude leder zakken; anders zo bersten de leder zakken, en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven, maar mendoet nieuwen wijn in nieuwe leder zakken, en beide te zamen worden behouden.

    9:18 Als Hij deze dingen tot hen sprak, ziet, een overste kwam en aanbad Hem, zeggende: Mijn dochter is nu terstond gestorven, doch kom en leg Uw hand ophaar, en zij zal leven.

    9:19 En Jezus opgestaan zijnde, volgde hem, en Zijn discipelen.

    9:20 (En ziet, een vrouw die twaalf jaren het bloedvloeien gehad had, komende tot Hem van achteren, raakte den zoom Zijns kleeds aan;

    9:21 Want zij zeide in zichzelven: Indien ik alleenlijk Zijn kleed aanraak, zo zal ik gezond worden.

    9:22 En Jezus, Zich omkerende, en haar ziende, zeide: Wees welgemoed, dochter! uw geloof heeft u behouden. En de vrouw werd gezond van dezelve ure af.)

    9:23 En als Jezus in het huis des oversten kwam, en zag de pijpers en de woelende schare,

    9:24 Zeide Hij tot hen: Vertrekt; want het dochtertje is niet dood, maar slaapt. En zij belachten Hem.

    9:25 Als nu de schare uitgedreven was, ging Hij in, en greep haar hand; en het dochtertje stond op.

    9:26 En dit gerucht ging uit door dat gehele land.

    9:27 En als Jezus van daar voortging, zijn Hem twee blinden gevolgd, roepende en zeggende: Gij Zone Davids, ontferm U onzer!

    9:28 En als Hij in huis gekomen was, kwamen de blinden tot Hem. En Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dat doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere!

    9:29 Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof.

    9:30 En hun ogen zijn geopend geworden. En Jezus heeft hun zeer gestrengelijk verboden, zeggende: Ziet, dat het niemand wete.

    9:31 Maar zij, uitgegaan zijnde, hebben Hem ruchtbaar gemaakt door dat gehele land.

    9:32 Als dezen nu uitgingen, ziet, zo brachten zij tot Hem een mens, die stom en van den duivel bezeten was.

    9:33 En als de duivel uitgeworpen was, sprak de stomme. En de scharen verwonderden zich, zeggende: Er is nooit desgelijks in Israel gezien!

    9:34 Maar de Farizeen zeiden: Hij werpt de duivelen uit door den overste der duivelen.

    9:35 En Jezus omging al de steden en vlekken, lerende in hun synagogen, en predikende het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale onderhet volk.

    9:36 En Hij, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen, die geen herder hebben.

    9:37 Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot; maar de arbeiders zijn weinige;

    9:38 Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.

    GOTO NEXT CHAPTER - BIBLE INDEX & SEARCH

    God Rules.NET
    Search 100+ volumes of books at one time. Luther Bible Search Engine. Elberfelder Bible Search Engine. German SCH Bible Search Engine