Bad Advertisement?

News / Reviews:
  • World News
  • Movie Reviews
  • Book Search

    Are you a Christian?

    Online Store:
  • Visit Our eBay Store



  • DUTCH BIBLE - 1CHRONICLES 2

    PREVIOUS CHAPTER - NEXT CHAPTER - HELP

    2:1 Dezen zijn de kinderen van Israel: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issaschar en Zebulon,

    2:2 Dan, Jozef en Benjamin, Nafthali, Gad en Aser.

    2:3 De kinderen van Juda zijn: Er, en Onan, en Sela; drie zijn er hem geboren van de dochter van Sua, de Kanaanietische; en Er, de eerstgeborene van Juda, waskwaad in de ogen des HEEREN; daarom doodde Hij hem.

    2:4 Maar Thamar, zijn schoondochter, baarde hem Perez en Zerah. Al de zonen van Juda waren vijf.

    2:5 De kinderen van Perez waren Hezron en Hamul.

    2:6 En de kinderen van Zerah waren Zimri, en Ethan, en Heman, en Chalcol, en Dara. Deze allen zijn vijf.

    2:7 En de kinderen van Charmi waren Achan, de beroerder van Israel, die zich aan het verbannene vergreep.

    2:8 De kinderen van Ethan nu waren Azaria.

    2:9 En de kinderen van Hezron, die hem geboren zijn, waren Jerahmeel, en Ram, en Chelubai.

    2:10 Ram nu gewon Amminadab, en Amminadab gewon Nahesson, den vorst der kinderen van Juda;

    2:11 En Nahesson gewon Salma, en Salma gewon Boaz.

    2:12 En Boaz gewon Obed, en Obed gewon Isai,

    2:13 En Isai gewon Eliab, zijn eerstgeborene, en Abinadab, den tweede, en Simea, den derde,

    2:14 Nethaneel, den vierde, Raddai, den vijfde,

    2:15 Ozem, den zesde, David, den zevende.

    2:16 En hun zusters waren Zeruja en Abigail. De kinderen nu van Zeruja waren Abisai, en Joab, en Asa-El drie.

    2:17 En Abigail baarde Amasa; en de vader van Amasa was Jether, een Ismaeliet.

    2:18 Kaleb nu, de zoon van Hezron, gewon kinderen uit Azuba, zijn vrouw, en uit Jerioth. En de zonen van deze zijn: Jeser, en Sobab, en Ardon.

    2:19 Als nu Azuba gestorven was, zo nam zich Kaleb Efrath, die baarde hem Hur.

    2:20 En Hur gewon Uri, en Uri gewon Bezaleel.

    2:21 Daarna ging Hezron in tot de dochter van Machir, den vader van Gilead, en hij nam ze, toen hij zestig jaren oud was; en zij baarde hem Segub.

    2:22 Segub nu gewon Jair; en hij had drie en twintig steden in het land van Gilead.

    2:23 En hij nam Gesur en Aram, met de vlekken van Jair, van dezelve, met Kenath, en haar onderhorige plaatsen, zestig steden. Deze allen zijn zonen van Machir, denvader van Gilead.

    2:24 En na den dood van Hezron, in Kaleb-Efratha, heeft Abia, Hezrons huisvrouw, hem ook gebaard Aschur, de vader van Thekoa.

    2:25 De kinderen van Jerahmeel nu, den eerstgeborene van Hezron, waren deze: de eerstgeborene was Ram, daartoe Buna, en Oren, en Ozem en Ahia.

    2:26 Jerahmeel had nog een andere vrouw, welker naam was Atara; zij was de moeder van Onam.

    2:27 En de kinderen van Ram, den eerstgeborene van Jerahmeel waren Maaz, en Jamin, en Eker.

    2:28 En de kinderen van Onam waren Sammai en Jada. En de kinderen van Sammai: Nadab en Abisur.

    2:29 De naam nu der huisvrouw van Abisur was Abihail: die baarde hem Achban en Molid.

    2:30 En de kinderen van Nadab waren Seled en Appaim; en Seled stierf zonder kinderen.

    2:31 En de kinderen van Appaim waren Jisei; en de kinderen van Jisei waren Sesan; en de kinderen van Sesan, Achlai.

    2:32 En de kinderen van Jada, den broeder van Sammai, waren Jether en Jonathan; en Jether is gestorven zonder kinderen.

    2:33 De kinderen van Jonathan nu waren Peleth en Zaza. Dit waren de kinderen van Jerahmeel.

    2:34 En Sesan had geen zonen, maar dochteren. En Sesan had een Egyptischen knecht, wiens naam was Jarha.

    2:35 Sesan nu gaf zijn dochter aan zijn knecht Jarha tot een vrouw; en zij baarde hem Attai.

    2:36 Attai nu gewon Nathan, en Nathan gewon Zabad,

    2:37 En Zabad gewon Eflal, en Eflal gewon Obed,

    2:38 En Obed gewon Jehu, en Jehu gewon Azaria,

    2:39 En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa,

    2:40 En Elasa gewon Sismai, en Sismai gewon Sallum,

    2:41 En Sallum gewon Jekamja, en Jekamja gewon Elisama.

    2:42 De kinderen van Kaleb nu, den broeder van Jerahmeel, zijn Mesa, zijn eerstgeborene (die is de vader van Zif), en de kinderen van Maresa, den vader van Hebron.

    2:43 De kinderen van Hebron nu waren Korah, en Tappuah, en Rekem, en Sema.

    2:44 Sema nu gewon Raham, den vader van Jorkeam, en Rekem gewon Sammai.

    2:45 De kinderen van Sammai nu waren Maon; en Maon was de vader van Beth-Zur.

    2:46 En Efa, het bijwijf van Kaleb, baarde Haran, en Moza, en Gazez; en Haran gewon Gazez.

    2:47 De kinderen van Jochdai nu waren Regem, en Jotham, en Gesan, en Pelet, en Efa, en Saaf.

    2:48 Uit het bijwijf Maacha gewon Kaleb: Seber en Tirhana.

    2:49 En de huisvrouw van Saaf, den vader van Madmanna, baarde Seva, den vader van Machbena, en den vader van Gibea; en de dochter van Kaleb was Achsa.

    2:50 Dit waren de kinderen van Kaleb, den zoon van Hur, den eerstgeborene van Efratha: Sobal, de vader van Kirjath-Jearim;

    2:51 Salma, de vader der Bethlehemieten; Haref, de vader van Beth-Gader.

    2:52 De kinderen van Sobal, den vader van Kirjath-Jearim, waren Haroe en Hazihammenuchoth.

    2:53 En de geslachten van Kirjath-Jearim waren de Jithrieten, en de Futhieten, en de Sumathieten, en de Misraieten; van dezen zijn uitgegaan de Zoraieten en deEsthaolieten.

    2:54 De kinderen van Salma waren de Bethlehemieten, en de Netofathieten, Atroth, Beth-Joab, en de helft der Manathieten, en de Zorieten.

    2:55 En de huisgezinnen der schrijvers, die te Jabes woonden, de Tirathieten, de Simeathieten, de Suchathieten; dezen zijn de Kenieten, die gekomen zijn van Hammath,den vader van het huis van Rechab.

    GOTO NEXT CHAPTER - BIBLE INDEX & SEARCH

    God Rules.NET
    Search 100+ volumes of books at one time. Luther Bible Search Engine. Elberfelder Bible Search Engine. German SCH Bible Search Engine